Ruimte voor de jeugd

Het doet mij goed dat er weer een uitgave van het WZZ-nieuws verschijnt. En nog wel een themanummer over ‘jeugd en jongeren’. Op verzoek van de wijkraad lever ik graag een bijdrage. Ik zal het daarbij hebben over de speelplekken in een wijk: hoe gaan we daar mee om en welke invloed hebt u daar zelf op?

U woont met veel mensen in Zevenhuizen-Zuidbroek: ruim 16.000. Ruimte is schaars en moet gedeeld worden: woningen, parkeerplaatsen, winkels, groen, speelplekken. Wij vinden het belangrijk dat kinderen en jongeren voldoende ruimte hebben om te spelen en te ontmoeten. Maar hoe doen we dat in een dichtbebouwde wijk met ook veel andere wensen?

Als we een nieuwe wijk aanleggen reserveren we van te voren ruimte voor spelen; verdeeld in  meerdere kleinere plekken voor jongere kinderen en een minder aantal grotere plekken voor oudere kinderen. Met het ouder worden neemt immers de actieradius van kinderen toe en verandert de speelbehoefte. Deze speelplekken (en dat geldt zeker voor de kleinere buurtspeelplekken) vullen we doorgaans in detail in in overleg met de bewoners; zoals nu steeds in Zuidbroek gebeurt.

In een bestaande buurt ligt de ruimte meestal vast. Ooit zijn speelplekken ingericht en speeltoestellen geplaatst; afgestemd op de behoefte van toen. Maar een wijk verandert, kinderen groeien op, de aanwezige speeltoestellen voldoen niet meer aan de behoefte. Pech gehad? Nee. Regelmatig nemen we zelf het initiatief om speeltoestellen te vervangen, bij voorbeeld als ze oud of slecht worden en vragen dan aan de wijkraad advies over wat voor soort toestellen teruggeplaatst zou moeten worden.

Maar daar hoeft u niet altijd op te wachten. Regelmatig word ik, al of niet via de wijkraad, benaderd met de vraag of er op een bepaalde plek (andere) speeltoestellen geplaatst kunnen worden omdat daar in de buurt behoefte aan zou zijn. En als het even kan werken we graag mee aan zo’n verzoek. Daar horen uiteraard wel een paar voorwaarden bij. In de eerste plaats kijk ik samen met de wijkbeheerder of de betreffende plek geschikt is (ruimte, veiligheid, etc.). Vervolgens kijken we naar de financiën: speeltoestellen zijn vaak erg kostbaar en de middelen zijn (zeker de komende jaren) beperkt. We overleggen ook met de wijkraad en vragen hun advies. Tot slot vragen we aan de initiatiefnemer om aan te tonen dat er in de buurt breed draagvlak voor dit verzoek is. Dat laatste vinden we erg belangrijk. Hiermee verantwoorden wij de investering, maar voorkomen we ook dat achteraf wellicht veel andere buurtbewoners aangeven juist geen behoefte aan zo’n nieuw speeltoestel te hebben.

Kortom, mocht u tot de conclusie komen dat bij u in de buurt behoefte is aan (andere) speeltoestellen, aarzel dan niet om dat aan te kaarten, maar vergewis u eerst van een voldoende draagvlak.

Wim Bergink, Stadsdeelmanager Noordoost Gemeente Apeldoorn

Laatst bijgewerkt: 15-06-2012